Meer natuur in je tuin of op je balkon? Gidssoorten wijzen de weg

Heb je een tuin of een bakon, help dan mee om het leefgebied van Amersfoortse planten en dieren te vergroten. Dat is goed voor die planten en dieren én voor jezelf. Want een groene, levendige tuin is heerlijk om in te zitten en niet persé veel werk. Doe je mee? 
Kijk hieronder voor meer informatie over:

  1. hoe je weet wat je kunt doen
  2. of een te kleine tuin of balkon bestaat
  3. algemene maatregelen voor meer natuur
  4. maatregelen per gidssoort 
  5. meer hulp bij inrchten tuin

Weten wat je kunt doen? Kijk eens door de ogen van een dier!

Er zijn 33 gidssoorten gekozen voor heel Amersfoort. Daarvan zijn er 13 die ons vertellen hoe we meer en meer goede plekken voor de natuur kunnen maken in onze tuinen en op onze balkons. Heb je een tuin of een balkon, bekijk die dan eens door de ogen van een dier. Is het een fijne plek voor een dier om te wonen of gewoon even te zijn? Ieder dier zoekt de 4 V’s:  

  1. Is er Voedsel en genoeg te drinken?
  2. Zijn er Verblijfplaatsen? Kan ik hier eieren leggen of jongen baren en verzorgen? Kan ik hier schuilen tegen regen, kou of hitte?
  3. Ben ik hier Veilig? Als een ander dier mij op wil eten, kan ik me ergens verschuilen of vluchten?
  4. Zijn er vanaf hier Verbindingen naar andere plekken die belangrijk voor mij zijn of waar ik soortgenoten kan ontmoeten?

Heb je maar een kleine tuin? geen probleem!

Ben je bang dat je tuin niet groot genoeg is. Maak je geen zorgen. De meeste tuinen en balkons zijn op zichzelf te klein om te zorgen voor genoeg voedsel, verbindingen, verblijfplaatsen en veiligheid voor alle gidssoorten die gekozen zijn voor gebouwen en tuinen. En dat hoeft ook niet. Je kunt je tuin zien als een klein stukje van een veel groter leefgebied dat ook bestaat uit de tuinen van je buren, het openbaar groen, het groene schoolplein en de buurttuinen in je straat en wijk en zelfs de grote parken en het buitengebied. Want dieren trekken zich niets aan van de grenzen die wij met elkaar hebben afgesproken. 

Algemene maatregelen voor meer natuur

Veel verschillende dieren profiteren van dezelfde maatregelen: ze eten hetzelfde voedsel, kunnen zich op dezelfde plekken verstoppen, of door hetzelfde gat in je schutting je tuin in en uit lopen.  Op de tekening hier onder zie je 12 tips voor maatregelen waar veel dieren van profiteren. Voor wie dat makkelijker vindt, staan dezelfde maatregelen ook in een lijstje daar onder.

Overzicht van de 12 tips uit de afbeelding hierboven:

  1. gebruik geen gif en koop plantjes die biologisch geteeld zijn
  2. plant het liefst inheemse soorten. Dat is beter voor de dieren in de tuin
  3. plant groenblijvende klimplanten en struiken voor vogels
  4. plant struiken met bessen voor vogels
  5. zorg voor bloemen met nectar voor bijen, vlinders en hommels
  6. maai je gezon pas nadat de paardenbloemen en pinksterbloemen zijn uitgebloeid
  7. laat blad en snoeiafval liggen voor insecten, egels en muizen
  8. hang een nestkastje voor vogels en een vleermuiskast voor vleermuizen op aan je huis of een boom
  9. maak een doorgang in je schutting voor de egel
  10. zorg voor water voor dieren
  11. plant een boom voor allerlei dieren en voor schaduw en verkoeling in de zomer
  12. zorg voor een goed doorlatende bodem voor allerlei planten en bodemdieren

Maatregelen per gidssoort

Liever voor één of meer gidssoorten aan de slag. Kijk dan in het overzicht hieronder. Je vindt bij iedere gidssoort een paar tips en een link naar het informatieblad met meer achtergrondinformatie en maatregelen. Lukt het je om alle V's op het infoblad voor een soort te realiseren in je tuin, dan is het een volwaardig leefgebied. Niet alleen voor die soort, ook voor de soorten die met die soort samenleven.  

EEKHOORN

Grote(re) tuinen in de buurt van (park)bossen kunnen leefgebieden van eekhoorns vergroten of verbinden. 

  • Plant of behoud fijnspar, douglasspar en grove dennen, inheemse eiken, beuken, walnootbomen en tamme kastanje als nestplek en voor voedsel
  • Kies vruchtdragende struiken zoals hazelaar, meidoorn, krentenboom, lijsterbes, sleedoorn, gele kornoelje

Bekijk het hele infoblad

EGEL

  • Zorg voor droge en beschutte plekken om te schuilen en een nest te maken.
  • Koop of maak een egelhuis. Kijk hier voor tips en bouwtekening!
  • Onder afgevallen bladeren en takken vindt de egel bescherming en eten
  • Ook tussen (kruidenrijk) gras krioelt het van voedsel
  • Maak egelpoortjes van 13 bij 13 cm in schuttingen. Vraag je buren dat ook te doen en maak samen een egelsnelweg
  • Slakkenkorrels zijn gevaarlijk voor egels
  • Zorg dat een egel uit je vijver kan klimmen mocht die daar invallen. 

Bekijk het hele infoblad.

GEWONE DWERGVLEERMUIS

  • Vleermuizen eten insecten: zorg voor een mix van bloeiende planten, bomen en struiken. 
  • Maak een vijver(tje), water trekt insecten aan en veel insecten beginnen hun  leven in water
  • Biedt schuilplaatsen: speciaal ontworpen vleermuizenkasten bieden een veilige plek
  • Verlicht je tuin vleermuisvriendelijk, dus weinig. Verlicht zo min mogelijk en voorkom strooilicht naar boven
  • Vul de bomenrij in je straat aan met een boom in je voortuin. 

Dit infoblad is nog niet beschikbaar.

GIERZWALUW

  • Hang speciale gierzwaluwkasten op. De gierzwaluw-werkgroep denkt graag met je mee. Mail hen via groenestad@amersfoort.nl 
  • De gierzwaluw eet vliegende insecten zoals muggen en zweefvliegen, zorg dus voor een groene insectenrijke omgeving

Bekijk het hele infoblad

GROTE BONTE SPECHT

Deze vogel broedt in bossen en grote parken. Meestal vindt hij daar genoeg eten. In de winter moet hij daarvoor verder van huis.

  • Hang in de winter pinda’s en vetbollen op
  • Zorg voor een spechtenblok met voer! Zelf maken? Kijk hier
  • Zorg voor staand of liggend dood hout
  • Behoud of plant bomen in je tuin

Bekijk het hele infoblad

HUISMUS

  • Zorg voor schuilplekken als wintergroene hagen, struiken en klimplanten tegen de gevels. Liefst met bessen om te eten.
  • Zorg voor een gras- en bloemenzee voor eetbare beestjes en zaadjes. Dat mag ook onkruid tussen tegels of een groen dak zijn
  • Zorg voor onderdak: hang nestkastjes op of metsel ze in de muur
  • Mussen zijn dol op badderen: in water én in zand. Denk aan een waterschaal  en een zanderig plekje, oftewel wip een tegel!

Bekijk het hele infoblad

KLEINE WATERSALAMANDER

  • Bied een natuurlijke tuin met vochtige plekken en veel schaduw

  • Zorg voor lage planten of een ruig hoekje om in te wonen
  • In een kleine vijver kunnen watersalamanders zich voortplanten

Bekijk het hele infoblad

MUURPLANTEN

Bijvoorbeeld de steenbreekvaren. Dit kleine groenblijvende plantje groeit op muren en rotsachtige grond

  • Zorg voor een vochtige, kalkrijke ondergrond, liefst in de (half)schaduw
  • Varieer als dat kan: sommige muurplanten houden van zon en een wat drogere ondergrond
  • Stapel gewipte tegels op zodat daar muurplanten op kunnen groeien

Bekijk het hele infoblad

ORANJETIPJE

  • Maai mei niet, maai het liefst  pas vanaf half juni
  • Kies voor planten waarvan de rups en de vlinder kunnen eten zoals pinksterbloemen, look zonder look, etc.
  • Zorg voor plekken waar de pop kan overwinteren door planten in de winter te laten staan

Bekijk het hele infoblad

SLEEDOORNPAGE

Deze vlinder heeft een groot leefgebied met sleedoorns en wel vijf ontmoetingsbomen nodig. In tuinen kunnen ze extra voedsel vinden.

  • plant sleedoorns
  • zet planten als koninginnekruid, guldenroede, boerenwormkruid, klimop, braam of sporkenhout in je tuin of op je balkon

Bekijk het hele infoblad

WILDE BIJEN

  • Biedt zo lang mogelijk bloeiende planten voor voldoende nectar en/of stuifmeel. Bijvoorbeeld hedera
  • Wist je dat in het voorjaar wilde (on)kruiden zoals paardenbloemen ook een voedselbron zijn: laten staan dus
  • Zorg voor nestmogelijkheden. Voor veel soorten is dat kale grond. Voor andere soorten kan dat een bijenhotel zijn!

Bekijk het hele infoblad

ZWARTKOP

  • Zorg voor grote meidoornstekelstruiken, vlier of bramenstruiken: de stekels beschermen hun nest en de bessen zijn heerlijk
  • In het broedseizoen eten ze insecten, en die houden van inheemse planten als look-zonder-look, vingerhoedskruid en zwarte toorts. 
  • Onderhoud de tuin niet te intensief, de zwartkop is dol op rommelhoekjes

Bekijk het hele infoblad

ZWARTE ROODSTAART

Bedenk dat zijn voorouders in het middel- en hooggebergte leefden. Houd je niet van een hele groene tuin: dan is dit de gidssoort voor jou!

  • hang een speciale nestkast op of bouw een neststeen in
  • houd in je tuin een stuk zonnig, droog en open. 
  • ze eten vooral insecten: dus zorg wel voor wat beplanting. 
  • bruine, maar ook groene of natuurrijke, daken zijn ideaal.
    Maai het dak 1 keer eind februari / begin maart 

Dit infoblad is nog niet beschikbaar

Meer hulp bij het inrichten van je tuin

In Amersfoort en online is nog meer advies te vinden bij het inrichten, en onderhouden, van je tuin. Hieronder vind je een kort overzicht.

Home Groen Amersfoort Groen beleid Amersfoortse Gidssoorten Gidssoorten in je tuin