plattegrond Landgoed Schothorst
huur ruimtes

U bent hier

Sneeuwklokje

sneeuwklokje foto Ada K

Bijna iedereen weet wel hoe hij eruit ziet en wordt vrolijk als ’t ie hem ergens ontdekt: het sneeuwklokje belooft immers dat de lente in aantocht is. Al is dat soms nog best lang wachten, want het sneeuwklokje is een echte winterbloeier. De fraaie klokvormige bloempjes steken zelfs wel eens boven de sneeuw uit. Vandaar dan ook zijn naam: sneeuwklokje.

 

De Latijnse naam, Galanthus nivalis, heeft vrijwel dezelfde betekenis. Nivalis betekent ‘groeiend in de sneeuw’ en Galanthus is een samentrekking van het Oudgriekse ‘gala’ (melk) en ‘anthos’ (bloem). Een melkkleurig bloempje dat groeit in de sneeuw dus. Daar en toen werd het sneeuwklokje dus niet als wit, maar als melkkleurig omschreven. Maar het grappige is dat het sneeuwklokje eigenlijk kleurloos is! We zien de witte of melkkleurige kleur, omdat in de bloembladen luchtbellen zitten, die het licht weerkaatsen. Maar als je de luchtbellen uit zo’n bloemblaadje wrijft door het tussen je vingers te knijpen, zie je een glashelder blaadje.

 

Op aardig wat plekken in de openbare ruimte zie je in Amersfoort sneeuwklokjes staan. op diverse plaatsen staan. Meestal onder bomen of struiken, want het sneeuwklokje houdt van gefilterd ligt. En bijna altijd zie je er dan niet één, maar hele pollen. Als het sneeuwklokje zich ergens thuis voelt breidt het zichzelf namelijk in snel tempo uit.

 

Verwildering

Sneeuwklokjes breiden zichzelf op twee manieren uit. Door zich uit te zaaien én door de ongeslachtelijke voortplanting: de vermeerdering van de bollen. Dat is hier in Nederland, waar in de winter niet of nauwelijks insecten zijn ook veruit de belangrijkste vorm van vermeerdering. Als mens heb je er geen omkijken naar. Het proces gaat helemaal vanzelf. Je kunt het alleen maar bederven door bijvoorbeeld het loof weg te knippen als de sneeuwklokjes zijn uitgebloeid. Niet doen! Laat dat gewoon eerst helemaal afsterven, de bolletjes halen er hun voedsel uit.

 

Vermeerderen

Onder de grond breiden de kleine bolletjes zich, áls ze maar op een plek staan waar ze zich thuisvoelen, makkelijk uit. De pollen worden daardoor steeds groter. Wil je graag volgend voorjaar nog veel meer sneeuwklokjes zien? Graaf dan direct na de bloei de hele grote pollen uit en verdeel die in kleinere pollen, die je direct weer in de grond zet. Even water erbij en de rest gaat weer vanzelf.

 

Doosvrucht

Als het sneeuwklokje niet al te vroeg bloeit, zodat er al wel insecten vliegen, breidt het zich ook uit via de geslachtelijke voortplanting. Vroeg actieve bijen en hommels halen bij gunstig weer al vanaf februari zachtoranje pollen of stuifmeel uit de sneeuwklokjes en zelfs een kleine hoeveelheid nectar. Mieren zorgen vervolgens maar wat graag voor de verspreiding van de zaden, want aan de kleine doosvruchten zit een wit, zoet uitgroeisel dat mieren graag aan hun larven voeden. Zo’n uitgroeisel heet dan ook niet voor niets een mierenbroodje.

 

Zaaien

Het delen van grote pollen is de meest makkelijke en vrijwel altijd succesvolle manier om meer sneeuwklokjes te krijgen. Maar zaaien kan ook! Verzamel de groene zaaddozen dan zodra ze geel geworden zijn en de steeltjes naar de grond buigen en zaai ze meteen uit op de plek waar je ze graag wilt hebben.

 

Standplaats

Sneeuwklokjes houden van gefilterd licht. Plant ze dus onder bomen of struiken, ergens waar ze ’s zomers in de schaduw staan. Zoek ook een rustig plekje voor hem uit: hij heeft een hekel aan geschoffel en andere bodemwerkzaamheden.

 

Vindplaats

Omdat het sneeuwklokje zich makkelijk verspreidt zien we het inmiddels als een wilde bloem. Van oorsprong komt hij uit een groot gebied in Centraal-Europa, het gebied dat zich uitstrekt vanaf de Pyreneeën tot de Oekraïne. Maar in Noord-west en Noord-Europa heeft zij zich inmiddels gevestigd.

 

Stinsenplant

In Nederland is het sneeuwklokje veelvuldig aangeplant in de 18e eeuw bij landhuizen, ‘stinsen’, zoals die in Friesland worden genoemd. Stinsenplanten zijn sierplanten die zich makkelijk vermeerderen. Daardoor zie je inmiddels overal, maar vooral nog op die plekken waar vroeger landhuizen stonden. In Amersfoort is dat bijvoorbeeld Landgoed Schothorst en Park Randenbroek. Ook langs allerlei wegen heeft de gemeente stinsenplanten aangeplant, maar dan is gekozen voor stinsenplanten die meer opvallen dan dat kleine, witte sneeuwklokje: voor kleurrijke krokussen en narcissen.

 

Soorten sneeuwklokjes

Er bestaan negentien verschillende soorten sneeuwklokjes en wel zo’n 500 cultivars. Als je in Nederland een sneeuwklokje in het wild ziet is dat in 90% van de gevallen een ‘gewoon sneeuwklokje’, een Galanthus nivalis. Maar het grote sneeuwklokje, de Galanthus elwesii, doet het hier ook goed. De verschillen tussen die twee kun je makkelijk zien: de gewone is kleiner én de grote heeft op de binnenste bloemdekbladen twee zeer dicht op elkaar staande verticale groene vlekken, terwijl je bij het gewone sneeuwklokje op die plek één vlek ziet.

 

Gebruik

Sneeuwklokjes zijn giftig. Vroeger werd een afkooksel van de bloembol wel gebruikt om iemand te laten braken. Tegenwoordig worden ze door farmaceuten gebruikt voor de stof galantamine, waarmee je de Ziekte van Alzheimer kunt vertragen.

 

Mode

In Engeland en Duitsland zijn sneeuwklokjes al jaren in de mode en is er een weelderige handel in allerlei cultivars. Ook in Nederland zie je dat meer en meer. Cultivars hebben vaak zulke namen, dat je er gelijk al iets bij kunt voorstellen. De Lady Putman heeft bijvoorbeeld groene puntjes op haar blaadjes; de groene puntjes in de kelk van de Grumpy vormen een boos gezichtje; en bij de Mrs. Thompson hangen er niet één maar twee bloempjes aan de stengel. De Boschhoeve in Wolfheze, de Warande in Vorde en Hoeve Vertrouwen in de Wieringermeer zijn bekende sneeuwklokjeskwekers, die tal van cultivars aanbieden en vaak ook sneeuwklokjesdagen organiseren.