U bent hier

Lieveheersbeestjestelling op basisscholen

Lieveheersbeestjes zijn een beetje ‘aaibaar’. Kinderen durven deze bolronde kevertjes wel op te pakken en daarom zijn ze uitermate geschikt voor een telproject op schoolpleinen. Dit voorjaar willen we voor de tweede keer met schoolkinderen naar keverstippen kijken.

 

Mei is de meest geschikte periode om lieveheersbeestjes te tellen. Dankzij de stijgende temperaturen worden de kevertjes in deze maand echt actief. Ze leggen eitjes, zodat je snel niet alleen volwassen kevers, maar ook larven en poppen kunt vinden.

Vorig jaar hebben we in mei en juni op twaalf verschillende scholen lieveheersbeestjes geteld en gedetermineerd. Meestal hebben we de kevers verzameld op het schoolplein; bij scholen met een kale tegelvloer zochten we een plantsoentje in de buurt. Na een korte gastles gingen alle leerlingen met loeppotjes naar buiten om kevers te verzamelen en vervolgens probeerden we de namen van alle dieren te achterhalen.

 

 

Zevenstippelig lieveheersbeestje (links) en tweestippelig lieveheersbeestje (rechts)

 

Soortenrijkdom

Het lieveheersbeestjesproject op basisscholen is te danken aan de 1000-soortentelling die we in Amersfoort hebben gehouden. Om een indruk te krijgen van de soortenrijkdom in de stad hebben we tussen 1 januari en 31 december 2016 alle soorten geturfd, van varens en paddenstoelen tot en met vogels en kevers. Tijdens de startdag kwamen de keverkenners van ‘EIS Kenniscentrum Insecten’ met een prachtige poster, waarop alle lieveheersbeestjes stonden. Deze kevergroep telt maar liefst zestig verschillende soorten en kinderen stonden daar verbaasd naar te kijken.

Tijdens de 1000-soortentelling in Amersfoort zijn bijna 2700 verschillende soorten geturfd en daar zaten 22 verschillende soorten lieveheersbeestjes bij. Daardoor kwamen we op het idee om het verhaal van de soortenrijkdom te vertellen aan de hand van deze kleurrijke dieren. Kevers kun je wel een tijdje in een potje opsluiten, goed bestuderen en daarna weer buiten loslaten, zonder dat ze daar veel last van hebben. Bovendien kun je lieveheersbeestjes op allerlei planten aantreffen, dus ze zitten in vrijwel iedere tuin en op ieder schoolplein met rozenstruiken.

 

Kleurvariatie

Het Amersfoortse lieveheersbeestjesproject was vorig jaar een groot succes. Twaalf basisscholen hebben meegedaan, soms zelfs met twee of drie klassen. De leerlingen gaan enthousiast tellen, ze bestuderen de gevangen kevers en ze weten doorgaans binnen een paar minuten de naam van het beestje te achterhalen.

Ons enige probleem is dat de leerlingen massaal één soort vangen, namelijk het Aziatisch lieveheersbeestje. Mijn eerste klas had twintig kevers, negentien Aziaten en een zevenstip. Een andere klas vond veertig kevers, waarvan er slechts drie geen Aziaat waren. Af en toe vangen ze een citroenlieveheersbeestje, een roomvleklieveheersbeestje, een tweestip of een tienstip, maar dat zijn uitzonderingen op de regel dat ze bijna uitsluitend Aziatische lieveheersbeestjes aantreffen.

Gelukkig heeft dit kevertje een gevarieerd uiterlijk, met wisselende kleurcombinaties, dus de leerlingen hebben aanvankelijk wel het idee dat ze echt heel veel verschillende vangen. En de poster in het klaslokaal bewijst dat er wel degelijk zestig verschillende soorten zijn…

 

 

 

Op vrijwel alle Amersfoortse basisscholen hangt een poster met alle lieveheersbeestjes.

 

Op herhaling?

We willen de lieveheersbeestjestelling graag herhalen in mei en juni 2018. Vorig jaar hebben twaalf scholen meegedaan, maar Amersfoort heeft vijfenvijftig basisscholen. We willen graag alle Amersfoortse scholen de kans geven om met groep 4/5 mee te doen aan het nieuwe lieveheersbeestjesproject.

De werkgroep lieveheersbeestjes van de IVN-afdeling Amersfoort kan zorgen voor een gastdocent. Deze begeleider vertelt kort over leefwijze van lieveheersbeestjes en over de werkwijze bij de telling. Vervolgens gaan de leerlingen naar buiten en dan vangen ze in kleine loeppotjes een lieveheersbeestje. Vervolgens worden de gevangen kevertjes in het klaslokaal goed bekeken en met een zoekkaart op naam gebracht. De gastles duurt ongeveer anderhalf uur.

 

Basisscholen die willen meedoen, kunnen zich tot 1 juni melden bij de coördinator Kees de Heer (via email: keesdeheer@kpnmail.nl)

 

 

Soortzoeker lieveheersbeestjes

Het is een fabeltje dat je aan het aantal stippen de leeftijd van een lieveheersbeestje kunt aflezen. Deze kevers kunnen hooguit één keer overwinteren, dus ze worden hooguit één jaar oud. Je kunt het aantal stippen wel gebruiken om de naam van de soort te achterhalen. Het is geen betrouwbaar determinatiekenmerk, maar bij relatief veel soorten is de Nederlandse naam keurig ontleend aan het aantal stippen. Het tweestippelig lieveheersbeestje heeft doorgaans twee zwarte stippen op de rode rugschilden en het zevenstippelig lieveheersbeestje heeft steevast zeven zwarte stippen.

In Nederland komen ruim zestig verschillende soorten lieveheersbeestjes voor. De determinatie van deze kevertjes is soms een lastige klus, omdat het kleurpatroon nogal variabel is. Het aantal stippen en andere details in de tekening kunnen eveneens behoorlijk variëren.

Een duidelijk overzicht van alle inheemse soorten is te vinden op de site www.stippen.nl en op de soortzoeker van www.nederlandsesoorten.nl (klik in het linkermenu op ‘Soortzoekers’ en dan op ‘Lieveheersbeestjes van Nederland’).

 

 

 

 

Aziatische veelkleurigheid

Tien jaar geleden had ik nog nooit een Aziatisch lieveheersbeestje gezien, nu is het de soort die we het vaakst tegenkomen. Deze veelkleurige kever is afkomstig uit China en Japan, maar is intussen overal in Europa ingeburgerd.

Het Aziatisch lieveheersbeestje is met een lengte van 5,5 tot 8 millimeter een slag groter dan de meeste lieveheersbeestjes. Deze soort is te herkennen aan een klein deukje op de achterkant van de rugschilden, maar je hebt wel een loep nodig om dat te kunnen zien en bovendien is de deuk niet bij alle exemplaren present.

De kleur van de dekschilden is uiterst variabel. Soms is de basiskleur zwart, met een of twee oranje of rode vlekken op ieder rugschild. Vaak is de basiskleur van de rugschilden rood met negentien stippen, maar het aantal stippen kan ook veel kleiner zijn. Soms zie je alleen wat vage zwarte vlekjes op oranjerode dekschilden.

De Aziatische lieveheersbeestjes met een rode basiskleur zijn nog het beste te herkennen door te letten op het halsschild, tussen de kop en de dekschilden. Het halsschild is grotendeels wit met zwarte vlekken en die zwarte vlekken hebben de vorm van een M of W.

 

 

 

Kevers met een luizenleventje

Veel lieveheersbeestjes leiden een ‘luizenleventje’. Zowel de larven als de volwassen kevers eten vooral bladluizen, die zich in een plant hebben vastgeboord om sappen op te zuigen. Als de larve van het zevenstippelig lieveheersbeestje zich gaat verpoppen, heeft hij tweehonderd à zeshonderd luizen achter de kiezen. Een volwassen kever kan wel honderd bladluizen per dag op, dat zijn er pakweg drieduizend per maand.

Het Aziatisch lieveheersbeestje kan nog meer bladluizen verschalken. Het is geen wonder dat juist deze soort is ingezet bij de bestrijding van luizenplagen in kassen. Maar het gevolg is dat ontsnapte kevertjes nu werkelijk overal zijn te vinden. Het Aziatisch lieveheersbeestje is nu verreweg de meest talrijke soort. Want deze kevers lusten niet alleen bladluizen, ze verorberen ook de larven van andere bladluiseters. Daardoor zijn het tweestippelig lieveheersbeestje en andere inheemse soorten in de afgelopen tien jaar sterk achteruitgegaan.

 

De larve van een Aziatisch lieveheersbeestje lust niet alleen bladluizen, maar eet ook larven van kleinere lieveheersbeestjes.